Naar de inhoud
Home › Techniek › Padelslagen

Alle padelslagen op een rij, van service tot vibora

Laatste update: september 2026 · Door de redactie van Padelweetjes.nl · Leestijd 9 min
Padelspeler slaat een gecontroleerde backhand

Het korte antwoord

Het korte antwoord: padel kent ongeveer zeventien slagen die een eigen naam hebben, en die vallen in vier groepen uiteen. Je hebt de basisslagen (service, return, forehand, backhand en volley), de slagen boven je hoofd (bandeja, vibora, smash en bajada), de slagen waarbij je de wand gebruikt (na het glas, dubbele wand en contrapared) en de speciale slagen (chiquita, globo, por tres, por cuatro en rulo). De meeste namen komen uit het Spaans en beschrijven vrij letterlijk wat de bal doet.

Wie voor het eerst een padelbaan op stapt, hoort binnen tien minuten namen van padelslagen die nergens op lijken te slaan. Bandeja, chiquita, por tres. Het klinkt alsof er een aparte taal bij hoort, en dat klopt ook: padel is groot geworden in Spanje en Argentinië, dus bijna elke slag heeft daar zijn naam gekregen. Het goede nieuws is dat die namen geen jargon zijn om indruk mee te maken. Ze zijn beeldend en ze onthouden makkelijk zodra je weet wat ze betekenen.

Op deze pagina zetten wij ze allemaal op een rij. Per slag lees je in het kort wat het is, wanneer je hem speelt en welke fout er het vaakst mee wordt gemaakt. Dat is bewust kort gehouden: dit is de kaart van het gebied, niet de wandeling zelf. Van de twee slagen die de meeste uitleg verdienen hebben wij een aparte pagina gemaakt, en daar linken wij vanaf hier naartoe.

Onderaan vind je één grote tabel met alle slagen, met de Nederlandse omschrijving, het moment waarop je hem gebruikt en hoe lastig hij is. Daarna leggen wij uit in welke volgorde je ze het beste leert, en welke drie slagen het meeste opleveren als je er echt tijd in steekt. Ben je net begonnen, lees dan eerst onze startgids voor beginners en de padelregels op een rij, want een aantal slagen begrijp je pas als je weet wat er met de wanden mag.

De basisslagen: service, return, forehand, backhand en volley

Dit zijn de vijf slagen waar elk potje op draait. Je kunt padellen zonder bandeja en zonder vibora, maar zonder deze vijf kom je geen punt door. Ze hebben allemaal een gewone Nederlandse naam, want ze bestaan in het tennis ook, alleen worden ze in padel anders gespeeld.

De service. De opslag is in padel bewust ontkracht. Je stuitert de bal eerst zelf één keer op de grond, je raakt hem daarna onder heuphoogte, onderhands, met minstens één voet op de grond achter de servicelijn, en je speelt diagonaal. Zo staat het in de officiële reglementen van de internationale padelfederatie, en de regeluitleg van de Britse padelbond vat het in één zin samen: de bal moet eerst stuiten en je moet onderhands slaan. Wanneer: aan het begin van elk punt. Meest gemaakte fout: proberen te scoren met je service. Een harde platte opslag levert bijna niets op en kost je fouten. Speel hem diep richting de zijwand en loop meteen door naar het net, want dat doorlopen is het echte doel van de service.

De return. De teruggeslagen service, in het Spaans de resto. In padel is dit een verdedigende slag, want het serverende koppel is naar het net onderweg. Wanneer: op elke opslag van de tegenstander. Meest gemaakte fout: hard terugslaan. Je speelt de bal dan precies op de hoogte waar de opkomende netspeler hem kan afmaken. Beter is een diepe bal langs de zijkant, of meteen een lob over de opkomende speler heen, zodat jullie zelf naar voren kunnen.

De forehand vanaf de achterlijn. De gewone slag aan je slaghand, in het Spaans de derecha. In padel gebruik je hem vooral om de rally in leven te houden en de bal diep te leggen, niet om te scoren. Wanneer: vanaf de achterlijn tijdens de opbouw. Meest gemaakte fout: de tennisreflex, dus een grote uithaal naar achteren. Op een padelbaan heb je die ruimte niet, zeker niet vlak bij het glas, en je hebt de kracht ook niet nodig. Houd je zwaai kort en speel de bal laag over het net.

De backhand vanaf de achterlijn. De revés, de slag aan je andere kant. Veel spelers spelen hem met twee handen omdat dat stabieler is bij een lage bal uit de hoek. Wanneer: vanaf de achterlijn, en vaak op ballen die uit de hoek terugkomen. Meest gemaakte fout: te laat draaien. Draai je schouders al terwijl de bal onderweg is, dan sta je klaar. Doe je dat pas als de bal er is, dan sla je met alleen je armen en gaat de bal nergens heen.

De volley. De volea, de bal die je uit de lucht speelt zonder hem te laten stuiten. Aan het net is dit je standaardslag. Je blokt de bal met een korte beweging en een licht geopend blad, waardoor er wat onderspin op komt en de bal na de stuit laag blijft. Wanneer: zodra je aan het net staat, wat in padel het grootste deel van de rally is. Meest gemaakte fout: uithalen. Een volley is duwen en plaatsen, geen slag. Neem de bal voor je lichaam, houd je racket in beeld en mik op de voeten of op de hoek, niet op snelheid. Welke de greep van je racket je gebruikt maakt hier veel uit, want met de verkeerde greep kun je het blad niet open houden.

Slagen boven het hoofd: bandeja, vibora, smash en bajada

Zodra je aan het net staat, komt er vroeg of laat een bal over je heen. Wat je met die bal doet, bepaalt of je aan het net blijft of dat je binnen twee slagen achterin staat te verdedigen. Voor die situatie bestaan vier bovenhandse slagen, en het verschil zit vooral in hoeveel risico je neemt.

De bandeja. Bandeja is Spaans voor dienblad, naar de vlakke, zijwaartse beweging van je arm. Het is een gecontroleerde slag boven schouderhoogte met onderspin, waarmee je de bal laag neerlegt en zelf aan het net blijft staan. Je maakt er geen punt mee, je houdt er je positie mee vast. Wanneer: op een lob die te diep is om af te maken maar niet zo diep dat je moet omdraaien. Meest gemaakte fout: hem toch als smash willen slaan. De hele techniek, van het contactpunt op ooghoogte tot de doorzwaai op schouderhoogte, staat in onze volledige uitleg over de bandeja.

De vibora. Vibora betekent adder. Het is de aanvallende variant van de bandeja: je raakt de bal hoger en verder voor je, je snijdt langs de buitenkant in plaats van eronder, en je pols versnelt op het raakmoment. Daardoor komt er zijspin op de bal, blijft hij laag en schiet hij na de stuit weg richting het zijglas. Wanneer: op een lob die net iets te kort is, en als je iemand uit positie wilt trekken. Meest gemaakte fout: hem te vroeg oppakken. Staat je bandeja nog niet, dan sla je alleen een hardere en slechtere bandeja. Alles over het contactpunt en de polszweep lees je op onze volledige uitleg over de vibora.

De smash, in het Spaans de remate. De echte klap: vlak, hard en van boven naar beneden, bedoeld om het punt af te maken. In padel gaat de bal vaak niet direct dood maar via het achterglas van je tegenstander omhoog, en dan is de bal daarna alsnog voor jou. Wanneer: op een korte, hoge lob waar je in balans onder kunt staan. Meest gemaakte fout: elke bovenhandse bal willen smashen. De vuistregel op vrijwel elke padelschool: kun je hem afmaken zonder je positie te verliezen, sla dan de smash, en twijfel je ook maar even, sla dan de bandeja.

De bajada. Letterlijk de afdaling. Dit is de aanvallende slag die je speelt op een bal die na een hoge stuit van het achterglas omhoog komt, waarbij je hem van boven naar beneden meeneemt en er meteen druk mee zet. Het is de slag waarmee je van verdedigen naar aanvallen gaat, en hij hoort daarmee ook half bij de wandslagen hieronder. Wanneer: als de bal hoog en langzaam van het glas terugkomt en jij de tijd hebt om erachter te komen. Meest gemaakte fout: te vroeg slaan. Laat de bal echt van het glas komen en neem hem voor je lichaam, anders sla je hem in het net of geef je een hoge bal terug.

Slagen met de wand: na het glas, dubbele wand en contrapared

Hier wordt padel echt anders dan tennis. De bal blijft na de stuit gewoon in het spel als hij tegen het glas of het gaas komt, en dat betekent dat een bal die er verloren uitziet dat vaak niet is. Wat er precies mag, staat in de spelregels: de bal moet eerst de grond raken en daarna pas het glas, en je mag hem via je eigen glas terugspelen maar nooit via je eigen hekwerk.

De bal na de glaswand spelen. In het Spaans de salida de pared, letterlijk het vertrek van de wand. Je laat de bal langs je heen gaan, je wacht tot hij van het glas terugkomt en dan pas sla je. Wanneer: op vrijwel elke diepe bal die achterin bij je terechtkomt. Meest gemaakte fout: te dicht bij het glas blijven staan. Ga met de bal mee naar voren en geef jezelf ruimte, want een bal die van achteren op je afkomt kun je niet spelen. Nog een fout die veel voorkomt: te snel willen slaan. Deze slag vraagt geduld, en dat geduld is voor beginners het lastigste onderdeel van het hele spel.

De dubbele wand. De doble pared: de bal raakt eerst de zijwand en daarna de achterwand, of andersom. Dat gebeurt vooral na een smash of na een harde bal in de hoek. De bal komt er dan met een rare hoek en met minder snelheid uit. Wanneer: je kiest hem niet, hij overkomt je, en het gaat er alleen om dat je hem herkent. Meest gemaakte fout: te vroeg bewegen. Wacht tot de bal de tweede wand echt heeft verlaten, blijf laag en speel hem rustig terug of leg er een lob mee. Wie meteen naar de eerste wand loopt, staat gegarandeerd verkeerd.

De contrapared. De tegenwand: je slaat de bal bewust tegen je eigen achterglas, zodat hij daarvandaan over het net de andere kant op gaat. Het klinkt als een truc maar het staat gewoon in het reglement. Wanneer: als laatste redmiddel, bij een bal die zo kort achter je valt dat je hem niet meer normaal kunt spelen. de uitleg van Padel Magazine over de contrapared beschrijft precies dat: je zoekt hem als de bal achterin dreigt dood te vallen. Meest gemaakte fout: te laag tegen het glas slaan. Mik hoog tegen je eigen wand en zwaai omhoog door, anders komt de bal niet over het net en heb je het punt alsnog weggegeven.

Speciale slagen: chiquita, globo, por tres, por cuatro en rulo

Blijven over de slagen die padel zijn eigen karakter geven. Ze zijn niet allemaal moeilijk, maar ze zijn wel allemaal tactisch: je speelt ze om iets te bereiken, niet om de bal terug te krijgen. Alle namen hieronder komen uit het Spaans en staan ook in de slagenwoordenlijst van Actu Padel, waar ze in dezelfde groepen zijn ingedeeld.

De chiquita. Het kleine meisje, oftewel het kleine balletje. Een zachte, lage bal vanaf de achterlijn die vlak over het net naar de voeten van de netspeler valt. Wanneer: als je in de verdediging staat en de aanval van je tegenstander wilt breken zonder een lob te spelen. De netspeler moet de bal laag en van beneden af oppakken, en dan krijg je vaak een hoge bal terug waar jij naar het net op kunt komen. Meest gemaakte fout: hem te hoog spelen. Komt de bal op heuphoogte binnen in plaats van bij de schoenen, dan is het geen chiquita meer maar een cadeau. Liever iets te zacht en te kort dan iets te hoog.

De globo, oftewel de lob. De hoge diepe bal over de netspelers heen. In padel is dit geen noodgreep maar misschien wel de belangrijkste slag van het spel, want hij is de enige manier om het net over te nemen van een koppel dat er al staat. Wanneer: zodra je achterin staat en tijd nodig hebt, of als je de aanval wilt draaien. Meest gemaakte fout: te kort spelen. Een lob die op de servicelijn valt is een smash voor de ander. Mik op de laatste twee meter en speel hem liever een halve meter te ver, want een lob die tegen het achterglas komt kost je niets zolang hij eerst de grond raakt.

Por tres en por cuatro. Twee smashes waarmee je de bal met opzet de baan uit slaat. Bij een por tres, letterlijk over de drie, sla je de bal met veel topspin zo hoog van het glas dat hij aan de zijkant over de kooi van drie meter naar buiten verdwijnt. Bij een por cuatro doe je hetzelfde maar dan aan de achterkant, waar de kooi vier meter hoog is. Je tegenstander mag de baan uit lopen om hem te halen als de club dat toelaat, maar meestal is het punt daarmee klaar. Wanneer: op een korte lob waar je vol onder kunt komen en de tijd hebt om hoog en met effect te slaan. Meest gemaakte fout: hem proberen zonder de juiste bal. Zonder topspin en zonder een bal die van het glas hoog genoeg opspringt sla je hem gewoon tegen het gaas. Bewaar hem tot de rest van je smashwerk staat.

De rulo. De rol: een bovenhandse slag met veel topspin die je langzamer speelt dan een smash, meestal richting het gaas of de zijkant. Doordat de bal draait, springt hij na de stuit onvoorspelbaar op of schiet hij opzij weg. Wanneer: als je een tegenstander uit balans wilt brengen en de por tres net niet aan zit, of als je afwisseling zoekt in je bovenhandse spel. Meest gemaakte fout: hem verwarren met een halfzachte smash. Zonder echte topspin is het een trage bal midden op de baan, en dat is een van de gevaarlijkste ballen die je kunt geven. In onze woordenlijst met padeltermen staan deze namen nog eens rustig uitgelegd, samen met de rest van het Spaanse vocabulaire.

Eén ding dat bij al deze slagen meespeelt: het effect komt er alleen op als je bal nog leeft. Zijn je ballen plat of oud, dan blijft er van de snijding en de topspin weinig over en gaat de bal simpelweg rechtdoor. Meer daarover lees je bij welke padelballen je kiest.

Alle padelslagen in één tabel

Hieronder staan alle slagen bij elkaar. De kolom moeilijkheid is een inschatting op basis van hoeveel training een slag kost voordat hij in een wedstrijd betrouwbaar is, niet van hoe hard je moet slaan.

SlagNederlandsWanneerMoeilijkheid
SaqueService, onderhands en onder heuphoogte na één stuitBegin van elk puntLaag
RestoReturn op de opslagOp elke service van de tegenstanderLaag
DerechaForehand vanaf de achterlijnOpbouw vanaf achterinLaag
RevésBackhand vanaf de achterlijnOpbouw vanaf achterin, vaak uit de hoekLaag tot midden
VoleaVolley, bal uit de luchtAan het netMidden
BandejaGecontroleerde bovenhandse slag met onderspinOp een diepe lob, om aan het net te blijvenMidden
ViboraAanvallende bovenhandse slag met zijspinOp een korte lob, om druk te zettenHoog
RemateSmashOp een korte hoge lob, in balansMidden tot hoog
BajadaAanvallende slag op een hoge bal van het achterglasOvergang van verdediging naar aanvalHoog
Salida de paredDe bal spelen nadat hij van het glas komtOp vrijwel elke diepe bal achterinMidden
Doble paredBal die twee wanden raakt voordat je hem speeltNa een smash of harde bal in de hoekHoog
ContraparedVia je eigen achterwand terugspelenNoodgreep bij een bal die achterin dood valtHoog
ChiquitaZacht balletje naar de voeten van de netspelerVanuit verdediging, om de aanval te brekenMidden
GloboLob over de netspelers heenOm tijd te winnen of het net over te nemenLaag tot midden
Por tresSmash die aan de zijkant over de kooi uit gaatOp een korte lob met veel tijdZeer hoog
Por cuatroSmash die aan de achterkant over de kooi uit gaatOp een korte lob met veel tijdZeer hoog
RuloLangzame bovenhandse slag met veel topspinOm je tegenstander uit balans te brengenHoog

Wat opvalt als je de kolom moeilijkheid van boven naar beneden leest: de slagen die het spel bepalen staan bovenaan, en de slagen die het mooist ogen staan onderaan. Dat is geen toeval. Padel wordt op recreatief niveau vrijwel altijd beslist door wie de minste fouten maakt en wie het vaakst aan het net staat, niet door wie de hardste smash heeft. Hoe je dat in een wedstrijd omzet, staat bij onze pagina over tactiek.

In welke volgorde leer je ze?

Je hoeft die zeventien slagen niet allemaal te kunnen om leuk te padellen. Sterker nog, wie op zijn tiende speeluur al aan een vibora begint, leert vooral slechte gewoontes af te leren. Dit is de volgorde die op de meeste padelscholen wordt aangehouden, en hij loopt van veiligheid naar risico.

Fase 1, de eerste weken. Service, return, forehand en backhand vanaf de achterlijn. Doel: de bal in het veld houden met een korte zwaai. Meer is het niet, en meer hoeft het ook niet te zijn. In deze fase is de winst dat je leert hoe hard je in padel moet slaan, en dat is minder hard dan je denkt.

Fase 2, zodra je een rally volhoudt. De bal na het glas spelen en de lob. Deze twee horen bij elkaar, want ze gaan allebei over geduld. Leer de bal langs je heen laten gaan en pas na het glas slaan, en leer een lob die echt achterin valt. Vanaf hier ga je punten winnen die je eerst weggaf, want ballen die je vroeger opgaf haal je nu gewoon terug.

Fase 3, als je aan het net durft te blijven. De volley en daarna de bandeja. De volley leert je blokken in plaats van slaan, en de bandeja is het antwoord op de lob die daarop volgt. Dit is de fase waarin het spel voor de meeste mensen klikt, omdat je voor het eerst een heel punt lang aan het net kunt blijven staan.

Fase 4, als de basis staat. De chiquita, de smash op de juiste momenten en de bajada. Nu gaat het niet meer over de bal raken maar over kiezen: wanneer speel je zacht, wanneer hard, en wanneer laat je hem gewoon lopen. Dit is ook het moment om padeltactiek serieus te gaan lezen.

Fase 5, voor gevorderden. De vibora, de rulo, de por tres en de por cuatro, en de contrapared als noodgreep. Deze slagen vragen timing die je alleen met veel herhaling krijgt, en ze kosten je punten zolang ze nog niet staan. Begin er pas aan als de eerdere fases zonder nadenken gaan.

De drie slagen die het meeste opleveren

Heb je maar beperkt tijd om te trainen, steek die dan in deze drie. Ze zijn geen van drieën spectaculair, en juist daarom worden ze overgeslagen.

1. De lob. Dit is de slag met de hoogste opbrengst per geïnvesteerd uur, en met afstand. Een goede diepe lob dwingt het koppel aan het net naar achteren, geeft jullie de kans om zelf naar voren te komen, en kost je bijna niets als hij mislukt zolang hij maar diep genoeg is. Op recreatief niveau wint het koppel dat het vaakst een fatsoenlijke lob speelt gewoon meer punten. Oefen hem tot je hem onder druk nog steeds in de laatste twee meter krijgt.

2. De volley. Padel gaat over het net veroveren en het daarna vasthouden. Dat vasthouden doe je met je volley. Een korte, geblokte volley naar de voeten of in de hoek levert je de zwakke bal op waar je het punt mee afmaakt, en je hoeft er geen kracht voor te hebben. Wie zijn volley vertrouwt, durft aan het net te blijven staan, en dat alleen al verandert je spel.

3. De bandeja. De lob van je tegenstander is het antwoord op jouw netspel, en de bandeja is jouw antwoord daarop. Zonder bandeja verlies je het net elke keer dat er een bal over je heen gaat, en dan heb je aan je volley ook niets. Hij is een stuk makkelijker te leren dan hij eruitziet, precies omdat het geen krachtslag is. De volledige uitleg staat op de pagina over de bandeja.

Materiaal maakt hierbij meer verschil dan mensen denken. Een licht, rond racket met een groot trefvlak in het midden vergeeft je mistimings en maakt de volley en de bandeja meteen een stuk makkelijker, terwijl een kopzwaar diamantracket precies het omgekeerde doet. Waarom dat zo werkt lees je bij onze uitleg over racketvormen, en concrete modellen staan bij onze selectie beginnersrackets. Weet je niet wat bij je past, doe dan onze keuzehulp. De twee knoppen hieronder zijn zoeklinks naar webshops, en het zijn affiliatelinks: koop je er iets, dan ontvangen wij mogelijk een kleine vergoeding en betaal jij niets extra.

Veelgestelde vragen

Ongeveer zeventien slagen hebben een eigen naam. Ze vallen uiteen in vier groepen: de basisslagen (service, return, forehand, backhand en volley), de bovenhandse slagen (bandeja, vibora, smash en bajada), de slagen met de wand (na het glas, dubbele wand en contrapared) en de speciale slagen (chiquita, lob, por tres, por cuatro en rulo). Je hebt er lang niet allemaal nodig om leuk te spelen. De volledige tabel staat verderop op deze pagina, en de namen staan ook uitgelegd bij onze woordenlijst met padeltermen.
Padel is ontstaan in Mexico en groot geworden in Spanje en Argentinië, dus de slagen hebben daar hun naam gekregen. Die namen zijn beeldend: bandeja betekent dienblad, vibora betekent adder, chiquita betekent kleintje en bajada betekent afdaling. Ze beschrijven vrij letterlijk wat je arm of de bal doet, en daardoor onthoud je ze makkelijk.
Bij een bandeja raak je de bal op ooghoogte, snijd je er onderdoor en houd je je pols stabiel, waardoor er onderspin op komt en de bal laag blijft liggen. Bij een vibora raak je de bal hoger en verder voor je, snijd je langs de buitenkant en versnelt je pols, waardoor er zijspin op komt en de bal wegdraait richting het zijglas. De bandeja houdt je positie vast, de vibora zet druk. Beide slagen hebben een eigen pagina: de pagina over de bandeja en de pagina over de vibora.
Eerst de service, de return en de forehand en backhand vanaf de achterlijn, met een korte zwaai. Zodra je een rally volhoudt komen de bal na het glas spelen en de lob erbij, want die twee gaan over geduld. Daarna pas de volley en de bandeja. De vibora en de smashes die de baan uit gaan bewaar je voor later. De hele opbouw van je eerste weken staat in onze startgids voor beginners.
Een zachte, lage bal vanaf de achterlijn die vlak over het net naar de voeten van de netspeler valt. Je speelt hem vanuit de verdediging om de aanval van je tegenstander te breken. Hij moet de bal dan laag oppakken en geeft vaak een hoge bal terug, waarna jij naar het net kunt komen. De grootste fout is hem te hoog spelen.
Dat zijn smashes waarmee je de bal met opzet de baan uit slaat. Bij een por tres gaat de bal aan de zijkant over de kooi van drie meter naar buiten, bij een por cuatro aan de achterkant over de kooi van vier meter. Je hebt er veel topspin en een bal die hoog van het glas opspringt voor nodig, en het zijn de moeilijkste slagen in het spel.
De contrapared is een noodgreep waarbij je de bal bewust tegen je eigen achterglas slaat, zodat hij daarvandaan over het net gaat. Je gebruikt hem als een bal zo kort achter je valt dat je hem niet meer normaal kunt spelen. Mik hoog tegen je eigen wand, want te laag betekent dat de bal het net niet haalt. Via je eigen hekwerk mag het niet. Wat er verder mag met glas en gaas lees je in de spelregels.
De bajada is de aanvallende slag die je speelt op een bal die na een hoge stuit van het achterglas omhoog komt. Je neemt hem van boven naar beneden mee en zet er meteen druk mee, zodat je van verdedigen naar aanvallen gaat. De grootste fout is te vroeg slaan: laat de bal echt van het glas komen en neem hem voor je lichaam.
De lob, de volley en de bandeja. De lob geeft je het net terug en kost je bijna niets als hij diep genoeg is, de volley houdt het net vast zodra je er staat, en de bandeja voorkomt dat je het net weer kwijtraakt als er een bal over je heen gaat. Geen van drieën is een krachtslag, en dat is precies waarom ze zo vaak worden overgeslagen. Een licht racket met een groot trefvlak helpt bij alle drie, zie de vorm van je racket.
Ja, via je eigen glaswand mag dat, via je eigen hekwerk niet. De bal moet aan jouw kant eerst de grond raken voordat hij het glas raakt, en hij mag maar één keer stuiten. Dat de bal na de stuit gewoon doorspeelt is precies wat padel anders maakt dan tennis, en het is de reden dat er aparte wandslagen bestaan.

Verder lezen

Deze pagina is het overzicht. Wil je één slag echt onder de knie krijgen, of wil je weten wanneer je welke slag kiest, dan lees je verder op deze pagina's.

De twee slagen met een eigen pagina: onze volledige uitleg over de bandeja legt uit hoe je aan het net blijft staan als er een lob overheen komt, en onze volledige uitleg over de vibora laat zien hoe je daar druk mee zet zodra die basis er is.

De woorden en de regels: onze woordenlijst met padeltermen zet alle Spaanse namen op een rij, en de padelregels op een rij legt uit wat er met de wanden, het gaas en de service mag.

Wanneer speel je wat: onze pagina over tactiek gaat over positiespel, over wie wanneer naar voren loopt en over welke bal in welke situatie de juiste is.

Net begonnen: onze startgids voor beginners helpt je aan je eerste uren op de baan, en bij onze selectie beginnersrackets vind je rackets die het leren makkelijker maken. Twijfel je nog, doe dan de keuzehulp.

Materiaal en lijf: onze uitleg over racketvormen legt uit waarom vorm en balans bepalen hoeveel marge je hebt, grip en overgrip gaat over de greep die je bij bovenhandse slagen nodig hebt, welke padelballen je kiest over ballen die hun effect vasthouden, en onze pagina over blessures over de schouder en elleboog die bij veel bovenhands slaan het eerst gaan protesteren.

Samengevat: leer eerst de vier basisslagen met een korte zwaai, daarna het geduld van de wandbal en de lob, dan de volley en de bandeja, en pas daarna het aanvallende werk. Wie de lob, de volley en de bandeja onder de knie heeft, wint op recreatief niveau meer punten dan wie een harde smash heeft. De rest van de lijst is leuk, en komt vanzelf.
Transparantie: deze pagina bevat links naar webshops. Koop je via zo'n link, dan ontvangen wij mogelijk een kleine commissie van de winkel. Jij betaalt niets extra en het beïnvloedt ons oordeel niet. Lees hoe wij werken.